een lectuur van

A LA RECHERCHE DU TEMPS PERDU

van Marcel Proust


(ik gebruik de Pléiade-editie van 1954, toen nog driedelig - zoals een maatpak)

19 mei 2013

geen verloren tijd (63)


I:536-546

Terwijl Gilberte zich klaarmaakt voor de wandeling, vinden haar ouders het plezierig om Marcel te vertellen over les rares vertus de leur fille (536:17). Zo goed is Gilberte, dat elle avait l’air bien plus raisonnable que ses parents (536:29-30). Wanneer Marcel vraagt wie van haar vriendjes Gilberte het liefste heeft, antwoordt Mme Swann dat hij le grand favori is, le grand crack, comme disent les Anglais (537:21-22).

Het is nooit goed! Nu Marcel zijn stoutste dromen verwerkelijkt ziet, realiseert hij (of de latere Marcel, Proust dus) zich dat een te volledige vervulling van het verlangen misschien toch niet ideaal is: doordat vervulling en verlangen volledig op elkaar passen, kun je niet meer het ene met het andere vergelijken en kun je dus niet meer genieten van de vervulling. Waar vóór de vervulling de vervulling een verre illusie leek, daar geldt nu, na de vervulling, hetzelfde voor het verleden, de tijd vóór de vervulling. Marcel realiseert zich dat Swann hetzelfde moet hebben meegemaakt: kan hij, nu hij als vanzelfsprekend in de vertrekken van dit herenhuis grote sier maakt, zich nog herinneren wat hij ervan in zijn verbeelding had gemaakt?

Toch kan het niet zijn, denkt Marcel, die vergelijkt met zijn eigen aanvoelen, dat voor Swann deze woning door de vervulling van zijn droom al zijn charme verloren heeft: Ce charme singulier dans lequel j’avais pendant si longtemps supposé que baignait la vie des Swann, je ne l’avais pas entièrement chassé de leur maison en y pénétrant (538:39-43). Meer nog: tout autour de moi, ce charme, dans mon souvenir, je le perçois encore (539:4-5). Zo geïmpregneerd zijn al die voorwerpen met die unieke Swann-kwaliteit – iets wat slechts mogelijk is doordat Marcel er zo langdurig en hevig naar heeft moeten verlangen vooraleer zijn verlangen vervuld te zien. En het gaat wel degelijk om álle voorwerpen: niet enkel het tableau de Rubens accroché au-dessus de la cheminée maar ook les bottines à lacets de M. Swann en de manteau à pèlerine (540:21-24) van Odette.

Nadat Odette eindelijk de juiste outfit gekozen heeft – een proces dat nogal wat voeten in de aarde heeft – vertrekken het echtpaar Swann, hun dochter Gilberte en Marcel naar het Bois de Boulogne. Daar gebeurt het wel eens dat M. Swann een van zijn oude bekenden tegenkomt. Dan groet hij haar op een voortreffelijke maar tegelijk ook terughoudende wijze, zodat Odette niet in verlegenheid wordt gebracht. Op een keer zien ze prinses Mathilde in het park, je weet wel, zegt Swann tot Marcel, l’amie de Flaubert, de Sainte-Beuve, de Dumas. Songez, c’est la nièce de Napoleon Ier! (542:5-7) Marcel laat haar door Swann vragen of zij misschien ook nog Musset heeft ontmoet. Dat blijkt het geval te zijn geweest, maar de dichter moet geen al te beste indruk bij de prinses hebben achtergelaten aangezien hij te laat en stomdronken op het diner was verschenen waarop hij door haar was uitgenodigd. De prinses schept nog op met haar weigering om zich te laten uitnodigen voor de komst van de tsaar naar de Invalides. Je n’ai pas besoin de cartes pour cela. J’ai mes clefs. (543:18-19) Ze bedoelt dat ze wanneer ze maar wil de grafkelder van haar oom kan bezoeken. Terwijl het gezelschap daar een beetje op hoog niveau staat te keuvelen, passeert Bloch. Marcel vraagt zich af of Odette hem kent, maar zij weigert zijn naam te gebruiken en noemt hem Moreul. Het staat wellicht niet goed om in aanwezigheid van prinses Mathilde te kennen te geven dat je bekend bent met iemand die een joodse naam draagt.

Soms bezoeken ze een tentoonstelling, die Marcel naar Venetië doen verlangen, of ze gaan naar een matinee of een tearoom. Daar spreekt Mme Swann Engels met Marcel om dingen te zeggen waarvan ze liever niet heeft dat het bedienend personeel ze hoort. Maar Marcel ziet aan de reacties van het personeel en de andere gasten dat hij de enige is die géén Engels kent en dus de réflexions que je devinais désobligeantes (544:38-39) niet verstaat.

Op een dag probeert M. Swann Gilberte te verbieden om met Marcel naar een matinee te gaan omdat het de sterfdag van haar grootvader is. Maar Gilberte trekt er zich niets van aan: Je trouve ça grotesque de s’occuper des autres dans les choses de sentiment. (545:35-36)

Geen opmerkingen:

geen verloren tijd


*