een lectuur van

A LA RECHERCHE DU TEMPS PERDU

van Marcel Proust


(ik gebruik de Pléiade-editie van 1954, toen nog driedelig - zoals een maatpak)

17 augustus 2014

geen verloren tijd (80)



I:691-698

Marcels gevoel geïntimideerd te zijn door de omstandigheden neemt nog toe wanneer de eigenaar van het hotel ten tonele verschijnt. Deze impressionante verschijning, bezitter van nog zeven of acht andere grand-hôtels, komt erop toezien dat alles in orde is: aussi bien le fini des détails que l’harmonie de l’ensemble (691:30-31). Zo bekeken is het functioneren van een hotel verwant aan een goede roman. Hoe dan ook, de strenge blik van deze algemeen directeur benauwt Marcel, en die haalt dan ook opgelucht adem wanneer de portier meldt dat hij morgen vertrekt naar een van zijn andere vestigingen, in Dinard. De là il va à Biarritz et après, à Cannes. (692:13-14)

Françoise ondertussen, die blijkbaar heelhuids van haar Bordelees avontuur is teruggekeerd, legt contacten in haar peer group: de man die koffie zet, een dienstmeisje, een wijnkelner. Aanvankelijk denken grootmoeder en Marcel dat dit hun ten goede zal komen, dat Françoise het personeel ertoe zal kunnen bewegen hen nog beter te bedienen, maar het omgekeerde is waar: uit een soort van protosyndicale solidariteit ontziet Françoise haar vrienden en vriendinnen en deinst ze ervoor terug om bepaalde gunstmaatregelen op te eisen – waar zij nochtans bij haar aankomst heel assertief voor de minste behoefte de bel had durven te rinkelen. Er ontstaat een paradoxale situatie: De sorte qu’en somme nous ne pouvions plus avoir d’eau chaude parce que Françoise était devenue l’amie de celui qui la faisait chauffer. (694:2-4)

Het door Marcel begeerde rechtstreekse contact met Madame de Villeparisis, dat nodig is om onrechtstreeks dichter bij Mlle de Stermaria de geraken, komt dan toch tot stand wanneer grootmoeder kwansuis tegen haar aanbotst. Het is een theatraal treffen – en het theatrale karakter van de gebeurtenis benadrukt Proust met de nodige zin voor humor door meteen de vergelijking te maken met een stuk van Molière: de twee dames benutten na dagen van naast elkaar leven de plotse en accidentele toenadering om meteen de allerhartelijkste woorden uit te wisselen, comme dans certaines scènes de Molière où deux acteurs monologuant depuis longtemps chacun de son côté à quelques pas l’un de l’autre, sont censés ne pas s’être vus encore, et tout à coup s’aperçoivent, n’en peuvent croire leurs yeux, entrecoupent leurs propos, finalement parlent ensemble, le choeur ayant suivi le dialogue, et se jettent dans les bras l’un de l’autre (694:11-17; ik vraag mij overigens af of het juist is om, zoals C.N. Lijsen doet, choeur door ‘hart’ te  vertalen). Na deze ontmoeting komt Mme de Villeparisis altijd even langs aan de tafel van grootmoeder en Marcel, waarbij deze laatste – uit schuchterheid? – doet alsof hij de zee contempleert en alle stemmingen die Baudelaire erin heeft gezien poogt te herkennen.

Door deze bezoekjes van de markiezin is statusverhoging het deel van grootmoeder en Marcel. Een direct gevolg is dat de bediening er beter op wordt. Maar Françoise heeft het er lastiger mee. Telkens er een adellijke titel wordt vermeld, reageert zij stug. Pour Françoise, Mme de Villeparisis avait donc à se faire pardonner d’être noble. (696:1-3) Dit wil overigens niet zeggen dat Françoise niet goed op de hoogte zou zijn van de identiteit van de lieden uit de hoogste kringen.

De vriendelijkheid van markiezin de Villeparisis daarentegen kan Françoise niet kwalijk nemen. Zo bezorgt de markiezin grootmoeder exquise fruit, dat veel beter is dan wat het hotel aanbiedt. En zij vraagt ook naar Madame de Sévigné, wier brieven grootmoeder zo graag leest. Maar hier komt het niet tot een hoogstaande literaire conversatie want door de opmerking van de markiezin, dat Madame de Sévigné wel zeer veel brieven aan haar dochter schrijft, is grootmoeder van mening dat de markiezin niet echt snapt waarom die brieven dan wel zo goed zijn. (Ik moet zeggen dat ik, na mij de moeite te hebben getroost een selectie van die brieven te lezen, hier de door grootmoeder vermoede ondeskundigheid van de markiezin deel.)

Wanneer grootmoeder zich afvraagt of markiezin de Villeparisis misschien verwant is aan de familie de Guermantes, is Marcel verontwaardigd: Comment aurais-je pu croire à une communauté d’origine entre deux noms qui étaient entrés en moi, l’un par la porte basse et honteuse de l’expérience, l’autre par la porte d’or de l’imagination? (698:9-12) Explicieter de verbeelding hoger aanslaan dan de ervaring kan nauwelijks.

Geen opmerkingen:

geen verloren tijd


*