een lectuur van

A LA RECHERCHE DU TEMPS PERDU

van Marcel Proust


(ik gebruik de Pléiade-editie van 1954, toen nog driedelig - zoals een maatpak)

21 augustus 2015

geen verloren tijd (97)


I:819-823


Terug in Balbec is Marcel natuurlijk te opgewonden om de slaap te kunnen vatten. Hij heeft te veel indrukken opgedaan en hij heeft ook te zwaar gegeten. Uiteindelijk valt hij toch in slaap. Hij betreedt het gebied met tous ces mystères que nous croyons ne pas connaître et auxquels nous sommes en réalité initiés presque toutes les nuits (821:12-14): een droomwereld met voorbije jeugdjaren, kwijtgeraakte gevoelens, een terugkeer van de doden, etcetera. Zo droomt Marcel dat hij in een toneel de rol speelt van een personage dat wordt getuchtigd pour une faute que je n'apercevais pas (820:30-31).

Marcel ontwaakt slechts moeizaam uit zijn zware slaap. Met zijn lichaam voelt hij aan, nog voor hij de kracht heeft gevonden om een blik op het uurwerk te werpen, dat het al na de middag is. Rust en gezondheid zijn in hem teruggekeerd. Opnieuw bevolken gedachten zijn hoofd; ze ‘bestaan’ opnieuw, een existence dont hélas! jusqu'ici elles n'avaient pas su profiter (822:11-12)

Marcel wijdt zijn eerste gedachte aan Legrandin, over wie hij blijkbaar gedroomd heeft. Hij zou hem graag ontmoeten en stelt vragen over hem aan zijn grootmoeder, die inmiddels de slaapkamer heeft betreden.

Marcel denkt ook – onwillekeurig – aan een blond meisje dat gisterenavond in Rivebelle naar hem heeft omgekeken. Onwillekeurig: zo'n herinnering is onvrij omdat wij op het moment zelf van de waarneming nog niet konden inschatten dat wij naderhand uitgerekend deze waarneming tussen vele andere de belangrijkste zouden vinden; maar mogelijk zijn we nu net in zo’n herinnering in de hoogste mate vrij aangezien zo’n herinnering op zichzelf staat, il est encore dépourvu de l'habitude (822:43).

*

Met deze tamelijk warrige bladzijden over slapeloosheid en slapen en ontwaken eindigt een onderdeel van de Recherche. Althans in de Nederlandse vertaling die ik bezig. Daarin is In de schaduw van de bloeiende meisjes, het tweede deel van de Recherche, onderverdeeld in drie delen. Met de beschouwingen over slaap eindigt daarvan het tweede, ‘Plaatsnamen: de plaats’. Het volgende deel heet ‘Plaatsnamen: de plaats (vervolg)’. In mijn Pléiade-editie wordt die opdeling in A l'Ombre des jeunes filles en fleurs niet aangebracht. Daar gaat de tekst gewoon door, de slaapbeschouwing wordt enkel door een witregel van het vervolg gescheiden.

Geen opmerkingen:

geen verloren tijd


*